Verdoving in bloed:

Intraveneuze sedatie

Bij een intraveneuze sedatie brengt een dierenarts het kalmeringsmiddel door middel van een injectie rechtstreeks in de bloedbaan. De inwerktijd ligt, afhankelijk van het gekozen middel tussen de 2 tot 5 minuten. De werkingsduur ligt rond de 45-60 minuten en is sterk afhankelijk van het type paard en het middel waarmee gesedeerd wordt. Karakter, bouw en eerder opgedane ervaringen spelen in sommige gevallen ook een belangrijke rol.

Dosis van de sedatie hangt af van type paard

De hoeveelheid kalmeringsmiddel die toegediend wordt hangt erg af van het individuele paard. Paarden die meer naar het koudbloed-type neigen, zoals een Fries, Haflinger, Tinker, etc. kunnen vaak toe met een lagere dosis dan een paard wat hoger in het bloed staat zoals een warmbloed of volbloed. Bij de meer warmbloedige paarden is het dan ook uiterst belangrijk dat er van te voren een juiste inschatting gemaakt wordt of het paard een sedatie nodig heeft. Als het paard tijdens de behandeling toch nerveus en gespannen raakt, zal het kalmeringsmiddel minder of niet meer werken door de adrenaline die het paard al aangemaakt heeft.

 

Over het algemeen genomen is een hele spuit voor een paard van rond de 600 kg en kan het paard hiermee voldoende worden gesedeerd. Het is dus van belang om voor toediening te weten wat je paard (ongeveer) weegt. Wanneer het kalmeringsmiddel door een dierenarts intraveneus wordt ingebracht, zal de dierenarts altijd inschatten hoe zwaar het paard ongeveer is.

Bijwerkingen van sedatie

  • Een paard wat gesedeerd is zal zijn hoofd laten zakken en in sommige gevallen wat wankel staan.
  • Het algehele reactievermogen van het paard is minder en het paard komt in zijn gedrag passief over.
  • Wanneer het paard nog moet bewegen om eventueel verplaatst te worden, moet men er rekening mee houden dat het paard ongecoördineerd loopt. Korte wendingen moeten vermeden worden, omdat het paard dan om zou kunnen vallen.
  • De meeste paarden gaan transpireren, dit komt doordat veel middelen die gebruikt worden bij sedatie enige invloed hebben op de activiteit van zweetklieren. Staat het paard nog met een deken op, dan kan deze het beste tijdelijk afgehaald worden om overtollig zweten te voorkomen.
  • Doordat het gehele lichaam in een minder actieve staat gebracht is bij een sedatie, zal ook de werking van de slokdarm en spijsvertering minder snel functioneren. Om die reden mag een paard geen kracht- of ruwvoer eten totdat het dier weer volledig bij bewustzijn is. Eventuele voerresten dienen dan ook uit zijn box verwijderd te worden.

Verdere bijwerkingen zijn sterk afhankelijk van het gekozen middel voor sedatie, een dierenarts zal altijd rekening houden met deze bijwerkingen in relatie tot de individuele patiënt.